Slijmcysten
Terug

Slijmcysten

Een slijmcyste is een speekselophoping onder het slijmvlies. Het wordt veroorzaakt door beschadiging van de afvoergang van de speekselklier. Meestal komen slijmcysten voor in de onderlip en gaan ze uit van een klein speekselkliertje. Er wordt dan gesproken van een mucokèle. Wanneer een slijmcyste zit in de mondbodem, in één van de vele uitvoergangetjes van de ondertongspeekselklier, wordt dit ‘ranula' of kikvorsgezwel genoemd. Dit vanwege de gelijkenis met de kikkerblaas. Een ranula uit zich als een pijnloze, blauw doorschemerende zwelling die onder de tong in de mondbodem ligt. De afmeting bedraagt 1 tot 3 centimeter.

Mucokèle

Een mucokèle ontstaat door afsluiting van het uitvoergangetje van het speekselkliertje; het speeksel “kan niet meer weg” en hoopt zich op onder het slijmvlies. Mogelijke oorzaken zijn beschadiging (wond, lipbijten) of afsluiting (slijmpropje, speekselsteentje) van het afvoergangetje.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Meestal is de diagnose niet moeilijk en kan deze zonder nader onderzoek worden vastgesteld. Een mucokèle uit zich als een pijnloze, soms blauw doorschemerende zwelling.

Zwelling van de onderlip passend bij een mucokèle.

Wat is de behandeling?

De vochtblaas kan spontaan leeg raken door erop te bijten. Hierbij komt een dikke, slijmachtige vloeistof vrij. De zwelling verdwijnt hierna spontaan, maar komt meestal na enige tijd weer terug. Aanprikken van de zwelling heeft dan ook geen zin. De behandeling bestaat uit het chirurgisch verwijderen van de mucokèle en het veroorzakende kleine speekselkliertje. Dit kan onder lokale verdoving plaatsvinden.

(‘Plunging’) ranula

Een slijmcyste van de ondertongspeekselklier wordt waarschijnlijk veroorzaakt door beschadiging van het slijmvlies van de mondbodem. Hierdoor wordt de afvloed van één van de uitvoergangen belemmerd en komt het speeksel onder het mondbodemslijmvlies terecht. Ook kunnen de afvoergangetjes worden geblokkeerd door een taaie slijmprop of door een speekselsteentje.

Slijmcyste van de ondertongspeekselklier (ranula) in de mondbodem. 

Soms zakt de ranula door de mondbodemspier en bevindt zich dan niet meer in de mondbodem maar in de hals. Een dergelijke afwijking noemen we ‘plunging’ ranula. Er ontstaat dan een zwelling onder de kin of de onderkaak.

Een ‘plunging’ ranula uit zich als een zwelling onder de onderkaak en de kin.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Meestal is de diagnose niet moeilijk en kan deze zonder nader onderzoek worden vastgesteld.

Wat is de behandeling?

Soms barst de ranula open en kan deze enige tijd verdwenen zijn. Meestal komt de zwelling weer terug. Er zijn twee behandelingsmogelijkheden van een ranula. De eerste is het openen (marsupialisatie) van de cyste waarbij het ‘dak’ van de cyste wordt verwijderd en de randen van de cyste in de mondbodem worden gehecht. Hierdoor komt het speeksel weer in de mondholte terecht. Deze behandeling kan onder lokale verdoving plaatsvinden. De kans op het opnieuw ontstaan van een ranula is echter groot (ongeveer 50%).

Een definitieve, maar ingrijpender oplossing, is verwijdering van de ondertongspeekselklier. Dit is een behandeling die onder narcose plaatsvindt. Omdat een ‘plunging’ ranula zich in de hals bevindt is het verwijderen van het dak van de cyste niet mogelijk. Behandeling bestaat uit verwijdering van de ondertongspeekselklier onder algehele narcose.