Medisch ABC
Terug

Medisch ABC

Wat is slechthorendheid?

Slechthorendheid betekent dat iemand niet goed hoort. Een ander woord voor niet of niet goed horen is: gehoorverlies.

Er zijn twee vormen van gehoorverlies: geleidingsgehoorverlies en waarnemingsgehoorverlies.

  • Bij geleidingsgehoorverlies wordt het geluid niet goed naar binnen geleid. Dat komt doordat de buitenkant van het |oor (P1)| (het uitwendige oor) of het middenoor beschadigd is. Een hoortoestel helpt goed bij dit gehoorverlies. Ook een operatie kan goed helpen.
  • Bij waarnemingsgehoorverlies komt het geluid niet goed in de hersenen terecht. Dat komt door een beschadiging in het binnenoor. Andere namen voor waarnemingsgehoorverlies zijn perceptiegehoorverlies en zenuwgehoorverlies. Bij deze vorm hoort u niet alleen minder geluid, maar het geluid is ook minder helder. Hiervoor kunt u niet worden geopereerd. Ook een hoortoestel helpt niet altijd. Een hoortoestel kan wel de sterkte van het geluid verbeteren, maar niet de helderheid.

Sommige mensen hebben een gemengd gehoorverlies: geleidingsgehoorverlies én waarnemingsgehoorverlies.

In Nederland zijn naar schatting twee miljoen slechthorenden. Bij veel mensen wordt nooit duidelijk wat de oorzaak is van hun slechthorendheid.

Slechthorendheid heeft vaak grote gevolgen voor het dagelijks leven.

Hoe ontstaat geleidingsslechthorendheid?

Bij geleidingsslechthorendheid komt het geluid niet goed binnen. Dat komt door problemen in het uitwendige oor of in het middenoor. Wat kan er aan de hand zijn?

  • Er zit te veel oorsmeer in de gehoorgang.
  • Er zit een gaatje of een scheurtje in het trommelvlies.
  • Het middenoor is |ontstoken (P3)|.
  • Er zit te lange tijd te veel |vocht in het oor (P2)|.
  • De gehoorbeentjes of het trommelvlies zijn beschadigd. Dat kan bijvoorbeeld komen door een harde knal, een klap op uw oor of doordat u er met een wattenstaafje tegen hebt gestoten.
  • U hebt |otosclerose (P1)|. Dit is een erfelijke ziekte waarbij het derde gehoorbeentje vastgroeit.

Hoe ontstaat waarnemingsslechthorendheid of doofheid?

Bij waarnemingsslechthorendheid is het binnenoor beschadigd. Hierdoor hoort iemand minder, en minder helder. Is de schade ernstig, dan is iemand doof. Waarnemingsgehoorverlies kan veel oorzaken hebben. Enkele voorbeelden:

  • Rode hond, toxoplasmose of herpes bij de moeder tijdens de zwangerschap.
  • Zuurstoftekort tijdens de geboorte.
  • Hersenvliesontsteking bij jonge kinderen.
  • Erfelijkheid. Dit is de oorzaak bij de helft van de baby's.
  • Een complicatie bij gordelroos of bij een middenoorontsteking.
  • Bepaalde medicijnen en antibiotica kunnen het oor beschadigen. Bijvoorbeeld malariamedicijnen en oordruppels met antibiotica.
  • Te veel |lawaai (P8)|.
  • |ouderdom (P7)|.
  • Een ongeval.
  • Een goedaardig gezwel dat op de gehoorzenuw drukt: een brughoektumor.
  • Het bloed vervoert te weinig zuurstof naar het oor. Dat kan gebeuren bij ernstige longproblemen, vergiftiging en narcose.
  • Een ziekte die (tijdelijk) slechthorendheid veroorzaakt. Voorbeelden zijn |griep (P6)|, de |ziekte van Ménière (P5)|, een slechte nierfunctie, |diabetes mellitus (suikerziekte) (P4)|, |multiple sclerose (MS) (P3)|, |bof (P2)| en |hersenvliesontsteking (P1)|.

Bij veel mensen wordt nooit precies duidelijk waardoor ze slechthorend of doof zijn geworden.

Hoe kunt u zelf uw gehoor testen?

Hebt u het idee dat u niet (meer) zo goed hoort? Dan kunt u een eenvoudige hoortest doen. Er zijn verschillende tests op internet te vinden:

U kunt ook een telefonische test doen, via telefoonnummer 0900 - 4560123.

Direct na de hoortest krijgt u de uitslag te zien of te horen. Is de uitslag onvoldoende, dan krijgt u het advies om naar een audicien te gaan. Is de uitslag slecht, dan kunt u het beste naar uw huisarts gaan. Deze kan u doorverwijzen naar een kno-arts of een audiologisch centrum. Daar krijgt u een gehooronderzoek.

Hoe gaat een gehooronderzoek?

Een gehooronderzoek is een onderzoek van het gehoor door een kno-arts of in een audiologisch centrum. Hoe gaat zo'n onderzoek?

De kno-arts of de onderzoeker in het audiologisch centrum stelt u eerst een aantal vragen. Zij wil bijvoorbeeld weten of u in een lawaaierige omgeving werkt en of hoorproblemen in uw familie voorkomen. Ook onderzoekt zij uw oren en doet ze een eenvoudig gehooronderzoek met een stemvork.

Daarna volgt een wat uitgebreider gehooronderzoek:

  • U krijgt via een koptelefoon geluiden van verschillende sterkten en verschillende toonhoogten te horen (toonaudiometrie). De onderzoeker test elk oor apart en houdt bij welke tonen u wel of niet hoort. De resultaten komen in een grafiek te staan: een audiogram.
  • Ook krijgt u via een koptelefoon een aantal woorden te horen. U moet deze nazeggen. Ook deze resultaten komen in een grafiek: het spraakaudiogram. Deze test maakt vooral duidelijk of u voordeel zult hebben van een hoortoestel.
  • De arts test ook de werking van uw middenoor. Dat doet zij door de luchtdruk in uw oor te veranderen. Als het trommelvlies goed werkt, dan beweegt het wanneer de luchtdruk in het oor verandert. Is dat niet zo, dan zit er misschien vocht in het middenoor. Deze test heet tympanometrie.

Is na deze onderzoeken nog niet duidelijk wat de oorzaak is van uw gehoorverlies? Dan kan de arts nog enkele andere onderzoeken doen. Informatie over deze onderzoeken vindt u op www.kno.nl">www.kno.nl.

Behandeling van slechthorendheid

Geleidingsslechthorendheid is meestal wel te genezen. Bij deze vorm van slechthorendheid zit het probleem in het uitwendige oor of het middenoor. Soms is de behandeling zelfs heel eenvoudig. Als er bijvoorbeeld een prop oorsmeer in het oor zit, kan de arts uw oor uitspuiten.
Een gaatje in het trommelvlies herstelt meestal vanzelf. Gebeurt dat niet, dan kan de arts het trommelvlies met een operatie herstellen.
Ook schade aan de gehoorbeentjes kan de arts vaak met een operatie herstellen. Dit is wel een moeilijke operatie.

Waarnemingsslechthorendheid is meestal niet te genezen. Bij deze vorm van slechthorendheid is het binnenoor beschadigd. Die schade is niet te herstellen.

Soms geeft een hoortoestel wel verbetering. Uw huisarts verwijst u daarvoor naar een audicien. Er zijn verschillende soorten toestellen. Sommige hoortoestellen draagt u achter het oor, andere zitten in het oor. Sommige hoortoestellen versterken vooral de hoge tonen, andere vooral de lage tonen.
Een bijzonder hoortoestel is het |cochleaire implant (CI) (P1)|. Een deel van dit toestel implanteert de arts in uw binnenoor. Het apparaatje geeft de geluidssignalen direct door aan de gehoorzenuw.

Patiënten- en belangenorganisaties slechthorendheid

Verschillende organisaties zetten zich in voor de belangen van slechthorenden:

  • De www.stichtinghoormij.nl">Stichting Hoormij geeft voorlichting over slechthorendheid.
  • Veel praktische informatie vindt u op de website www.hoorwijzer.nl">hoorwijzer.nl.
  • de www.hoorstichting.nl">Nationale Hoorstichting wil meer aandacht en zorg voor slechthorenden. Zij richt zich vooral op mensen met lawaai- of ouderdomsslechthorendheid.

Verantwoordingstekst slechthorendheid

De informatie over slechthorendheid is algemeen. Hebt u nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw arts.
U kunt ook contact opnemen met een van de organisaties die worden genoemd.

De teksten zijn gebaseerd op:

  • informatie van de Nationale Hoorstichting;
  • informatie van Hoormij;
  • informatie van de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied;
  • de NHG-Standaard Slechthorendheid;
  • Gans, R.O.B. e.a. (Red.) (2009). Codex Medicus. Doetinchem: Elsevier.