Decubitus ('doorliggen') in MCL ver onder landelijk gemiddelde28 november 2008Het aantal gevallen van decubitus ('doorliggen') in het Medisch Centrum Leeuwarden daalt nog steeds fors. Dat blijkt uit de uitkomst van een onderzoek dat op 2 oktober 2008 werd gehouden. Het onderzoek betrof een momentopname van alle patiënten die op díe dag in het ziekenhuis aanwezig waren. De uitslag is op 27 november bekend geworden. Het landelijke prevalentiecijfer inclusief graad 1 van decubitus ligt op 11,7%. In het MCL ligt dat percentage volgens het onderzoek op 7,55%. Binnen het MCL ontwikkelt gemiddeld 2,4 % van de patiënten decubitus in de graad 2 of hoger. Landelijk ligt dit cijfer op 3,7% In 2007 was dit percentage in het MCL nog 2,9. Decubitus bestaat in een aantal verschillende gradaties uiteenlopend van graad 1 t/m graad 4. Graad 1 bestaat uit niet-wegdrukbare rode vlekken op de huid, die zich mogelijk tot decubitus ontwikkelen. Patiënten met de zwaarste graad, graad 4, hebben grote open wonden die zeer moeilijk genezen. Tijdens het onderzoek bleek dat van de 331 patiënten er negen patiënten in het MCL decubitus hebben ontwikkeld in de gradatie 2 en 3. Opvallend was dat tijdens de meting maar één patiënt op de intensive care decubitus had. Het landelijke gemiddelde van dit percentage is veel hoger. Het MCL heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het voorkómen van decubitus. De procedure voor patiënten die risico lopen is aangescherpt. Daarnaast wordt er regel matig onderzoek gedaan of de genomen maatregelen wel het juiste resultaat opleveren. Op de spoedeisende hulp krijgen patiënten die binnenkomen met een heupfractuur direct een speciaal matras. Het MCL streeft ernaar het risico dat patiënten decubitus krijgen tot het minimum te beperken. Veel materialen zijn aangepast. Als de ligging van een bedlegerige patiënt geregeld wordt gewisseld, dan neemt de kans op decubitus beduidend af. Dit is het belangrijkste speerpunt van het MCL.
Emailen |
- printversie
- lees voor
- A | A | A



